eik houtsnede paul & neeltje

Het was nog heel vroeg. Langzaam baanden de zonnestralen zich in vlakke banen door de mistflarden heen. Wij keken naar een bewegend beeld van bomen, slierten mist, schaduwvlakken en gouden oplichtende vlekken. Het was meer dan stil. Zelfs het hert dat tussen de hoge varens naar ons stond te kijken doorbrak de rust niet. En even hadden wij het gevoel dat heel het bos en al zijn bewoners ons tevreden bekeken.

In een lange rij stonden de beuken te wachten. Aan beide zijden van het verharde pad.

In de waterlopen en de plassen langs de weg sprongen kikkers vrolijk heen en weer.

De zon van deze ochtend gleed over het water. De planten langs de kant hadden de bloemen geopend in zachte kleuren: blauw, roze, geel en vele tonen wit.

De ochtendmist slingerde nog rond de bomen die vanaf het pad bos zonder einde waren.

Aan beide zijden doorlopend in een oplichtende wolk van mist, zon, frisgroen loof en dondergroene helder getekende varens. Nog meer herten keken op uit het groen-witte

woud. Zij richtten hun blik naar waar het pad begon.

Witte gedaanten kwamen langzaam aan lopen. Ze leken te zweven in de zonmistbanken. Steeds duidelijker kon je het gezang horen, door het ochtend-lied van de vogels heen. Gevangen door deze klanken en het spel van goud, licht & donker werden wij opgenomen in de rij. Ondergedompeld in een bel vol blije energie, steeds krachtiger bij elke stap verder. Moeder aarde hield ons in haar armen, om nooit weer te vergeten dat zij ons zal beschutten.

Verbijsterd door deze ervaring hadden wij niet door dat wij in een cirkel stilstonden rond een mooie, maar nog vrij jonge eik. Er achter lag een zwerfsteen vol pulserende kracht.

Getekend door figuren en tekens, leunde de steen achterover over de aarde heen.

Voor de eik stonden de nog steeds imposante resten van twee bomen in een omarming zonder einde noch begin.

Als vanzelf werden wij in hun uitstraling gevangen. Wij zagen de bomen staan in hun volle glorie, een eeuwenoude eik en een beuk; de takken vol bladeren in elkaar verstrengeld. Wij zagen beelden van rituelen, feesten, oordeel & straf, offer & pijn, tijden voor tijden.

Ineens vlogen de beelden weg, met elke regendruppel verder weg, gewekt: weg uit ons moment van even niet er zijn. Een andere wereld net zo goed of slecht als die van ons huidige heden.

Wij zijn in een bosgebied, vlak onder de rook van het Duitse Roergebied. Wij staan

boven de laatste kolenmijnen, die hier nog geëxploiteerd worden.

Daar waar al eeuwen bruin- en steenkool uit moeder aarde is gedolven.

Een heilige plek in een heilig woud. De ‘geneeseik’ werd de eik genoemd, hoe men de beuk noemde is blijkbaar vergeten.

Wij lopen verder op het pad en komen langs een immense beukenboom.

De bliksem heeft vele takken van de stam gerukt. Gebroken liggen de gebroken armen op de grond. Als boom zou je er al U tegen zeggen. De beuk staat nog steeds vol kracht.

Wat een wonder is gezien de enkele magere takken, die nog vol blad aan de stam staan.

De boom trekt aan ons en even later zitten wij aan de voet van de stam met meer antwoorden dan wij vragen hadden.

Het voelt goed om zo even heel ons kleinzijn te herinneren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *